Petersnijders.info

Home » Co-creëren

Co-creëren

Lerend veranderen, een proces van co-creatie

Drieslag leren - afbeelding

Klik op de afbeelding voor een grotere weergave.

Lerend veranderen is een proces van co-creatie. Een voortdurende opeenvolging van doen, bezinnen, denken, beslissen en weer doen (Wierdsma & Swieringa, 2011). Kenmerkend voor dit proces is dat iedereen mee doet en bereid moet zijn om te leren. Wierdsma en Swieringa vergelijken dit proces ook wel met een trektocht: ‘men is op weg, de richting is bekend en afhankelijk van de omstandigheden wordt de route gaandeweg bepaald en aangepast’ (Wierdsma & Swieringa, 2011).  Omdat je bij lerend veranderen vaak te maken hebt met adaptieve problemen, vergt het meestal niet alleen een veranderproces op het niveau van regels (enkelslag) of inzichten (dubbelslag) maar ook op het niveau van principes (drieslagleren).

xx

Meer lezen over drieslagleren? Klik hier.

Een organisatie leert pas volgens Wierdsma en Swieringa (2011), als iemand niet alleen zijn individuele taak beter uitvoert maar als ten gevolge daarvan ook de andere leden van de organisatie, met wie hij of zij een relatie heeft, anders gaan functioneren.

xx

Leidinggeven aan co-creëren

Leidinggeven aan co-creëren betekent sturen op een collectieve ambitie en aansturen van het proces van onderlinge interactie en besluitvorming. Het betekent ook het verstoren van routines. Het verstoren van routines stimuleert het proces van doen, bezinnen, denken , beslissen en weer doen (Wierdsma en Swieringa, 2011). Deze benadering van leiderschap vertoont grote overeenkomsten met de uitgangspunten van ‘adaptief leiderschap’ (Heifetz, 1994). Het op deze manier vorm geven aan leiderschap is volgens Wierdsma en Swieringa alleen zinvol als er bij degenen die deelnemen aan het proces de wil en de behoefte bestaan om te leren. ‘Uiteindelijk bepaalt men zelf of en wat er geleerd wordt. Het betreft dus een gelijkwaardige relatie.’ (Wierdsma & Swieringa, 2011).

xx

2016_vier rollen van de schoolleider_Wierdsma en Swieringa

De vier rollen van de schoolleider (Wierdsma en Swieringa, 2011)

De vier rollen van de (school)leider

De (school)leider vervult volgens Wierdsma en Swieringa, afhankelijk van de fase in de cyclus waarin het team zich bevindt, vier rollen, namelijk die van: trainer (fase ‘doen’), coach (fase ‘bezinnen’), docent (fase ‘denken’) en adviseur (fase ‘beslissen’). (Wierdsma & Swieringa, 2011).

Doordat door het volgen van de cyclus het handelen en reflecteren voortdurend wordt afgewisseld, voorkomt men volgens Wierdsma en Swieringa (2011) dat men in de valkuil stapt van alleen maar gericht zijn op actie of alleen maar reflectie plegen.

xx

De (school)leider pleegt daarbij drie soorten interventies (Wierdsma & Swieringa, 2011):

  1. Inhoudelijke interventies (aanbieden van zienswijzen, concepten en theorieën)
  2. Procedurele interventies (methoden, technieken of regels)
  3. Procesmatige interventies (correcties, feedback, spiegels en confrontaties)

xx

xx

Geraadpleegde literatuur

Heifetz, R. (1994). Leadership without easy answers. Cambridge Massachusetts: Harvard University Press.

Wierdsma, A., & Swieringa, J. (2011). Lerend organiseren en veranderen: Als meer van hetzelfde niet helpt. Groningen: Noordhoff Uitgevers.

 

xx